ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door aanhoudende aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. De stoornis komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor en beïnvloedt het functioneren op school, het werk en in sociale relaties. Een zorgvuldige diagnostiek is noodzakelijk: de symptomen overlappen met andere psychiatrische beelden en vragen om systematische uitsluiting van alternatieve verklaringen.
Drie presentatievormen
De DSM-5 onderscheidt drie presentatievormen. Het gecombineerde beeld (F90.2) kenmerkt zich door zowel onoplettendheid als hyperactiviteit en impulsiviteit; dit is de meest gediagnosticeerde variant bij kinderen. Het overwegend onoplettende beeld (F90.0) stond vroeger bekend als ADD: hyperactiviteit staat nauwelijks op de voorgrond, maar aandachtsklachten en een gevoel van innerlijke onrust zijn nadrukkelijk aanwezig. Het overwegend hyperactief-impulsieve beeld (F90.1) is minder frequent en komt vaker voor op jongere leeftijd.
Voor een geldige diagnose moeten de symptomen aanwezig zijn voor het twaalfde levensjaar en zichtbaar zijn in minstens twee levensgebieden, zoals thuis en op school of het werk. De klachten mogen niet uitsluitend verklaard worden door een andere psychiatrische stoornis.
ADHD bij volwassenen
Bij volwassenen verandert het klinische beeld ten opzichte van de kindertijd. Hyperactiviteit uit zich vaker als innerlijke onrust dan als zichtbaar druk gedrag. Impulsiviteit vertaalt zich in ondoordachte beslissingen, moeite met wachten of het abrupt verlaten van langdurige taken. Aandachtsklachten staan bij volwassenen doorgaans op de voorgrond: moeite met plannen, vergeetachtigheid, snel afgeleid zijn door omgevingsprikkels.
Veel volwassenen met ADHD zijn niet eerder gediagnosticeerd. Jarenlange compensatie via intelligentie, doorzettingsvermogen of structuur vanuit de omgeving maskeert de klachten totdat de eisen van werk of privé te hoog worden. Vrouwen worden gemiddeld later gediagnosticeerd: het onoplettende beeld is minder zichtbaar en sociale aanpassing staat sterker op de voorgrond.
Cognitieve kenmerken bij neuropsychologische diagnostiek
Bij neuropsychologisch onderzoek worden de volgende vijf domeinen onderzocht:
- Aandacht en concentratie: volgehouden aandacht, verdeelde aandacht en selectieve aandacht worden met gestandaardiseerde tests gemeten
- Verwerkingssnelheid: het tempo waarop informatie wordt verwerkt en handelingen worden uitgevoerd
- Werkgeheugen: het tijdelijk vasthouden en bewerken van informatie, relevant voor leren en plannen
- Executieve functies: planning, inhibitie, cognitieve flexibiliteit en het starten en stoppen van taken
- Intelligentie: het totale cognitieve profiel, inclusief eventuele discrepanties tussen domeinen
Diagnostisch onderzoek bij PSYVICE
PSYVICE voert een volledig diagnostisch onderzoek uit dat bestaat uit een intake, een uitgebreid klinisch interview over klachten in heden en verleden, neuropsychologische testing en gestandaardiseerde vragenlijsten. Bij de WAIS-IV vallen bij ADHD vaak de subtests voor werkgeheugen en verwerkingssnelheid op ten opzichte van de verbale en perceptuele taken. Aanvullende aandachts- en executieve functietests geven een completer beeld van de cognitieve sterke kanten en kwetsbaarheden.
Vragenlijsten worden afgenomen bij de cliënt en zo mogelijk bij een informant uit de directe omgeving. Een heteroanamnese over functioneren in de kindertijd is van belang voor het vaststellen van de ontwikkelingsgeschiedenis van de klachten. De rapportage beschrijft het diagnostische oordeel, het cognitieve profiel en concrete adviezen voor begeleiding, behandeling of werkplek aanpassingen.
Co-morbiditeiten
ADHD komt zelden als geïsoleerd beeld voor. Angststoornissen, depressie, slaapstoornissen en autismespectrumstoornis zijn frequent co-morbide. Bij volwassenen met een lange voorgeschiedenis van onbegrepen klachten worden regelmatig secundaire angst- of stemmingsklachten gevonden die zijn ontstaan als gevolg van de onbehandelde ADHD. Goede differentiaaldiagnostiek maakt duidelijk welk beeld primair is en welk secundair, zodat de behandeling gericht kan worden ingezet.
ADHD in de arbeidssector
Onbehandelde ADHD heeft aanzienlijke gevolgen voor het werk: hoger ziekteverzuim, vaker van baan wisselen, moeite met deadlines en structuur. Bij WIA-beoordelingen en re-integratietrajecten vraagt het UWV regelmatig om een neuropsychologisch rapport dat de cognitieve belastbaarheid objectiveert. PSYVICE brengt in het rapport concreet de werkgerelateerde sterke kanten en beperkingen in kaart, en geeft praktische adviezen voor aanpassingen in de werkomgeving.
De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft richtlijnen gepubliceerd voor de diagnostiek en behandeling van ADHD. PSYVICE sluit aan op deze richtlijnen en werkt uitsluitend met gevalideerde instrumenten die voldoen aan COTAN-criteria. Elk rapport wordt ondertekend door een BIG-geregistreerde professional, in samenwerking met wie het onderzoek wordt uitgevoerd. Via het contactformulier is een aanvraag eenvoudig in te dienen.
Toepassingen
ADHD-diagnostiek bij PSYVICE is aangewezen bij de volgende vragen en situaties:
- Vermoeden van ADHD bij kinderen met concentratie- of gedragsproblemen op school
- Vermoeden van ADHD bij volwassenen met langdurige aandachts- of organisatieproblemen
- Differentiatie van ADHD ten opzichte van angststoornis, depressie of autisme
- Beoordeling van arbeidsbelastbaarheid en re-integratiemogelijkheden
- Vaststellen van ADHD bij hoog-intelligente individuen waarbij compensatie de klachten maskeert
- Second opinion na eerder gesteld ADHD-onderzoek
Geschikt voor
Kinderen vanaf 6 jaar, jongeren en volwassenen met een vermoeden van ADHD. Mensen bij wie de symptomen ook op volwassen leeftijd voor het eerst duidelijk worden. Verwijzers: huisartsen, psychiaters, kinderartsen, bedrijfsartsen, scholen en jeugdzorg. Particulieren kunnen ook zonder verwijsbrief een aanvraag indienen.
Niet geschikt bij
Personen in een acute psychiatrische crisis waarbij behandeling voorrang heeft op diagnostiek. Mensen van wie de klachten volledig worden verklaard door een actieve slaapstoornis, schildklierproblematiek of medicatiegebruik, zonder dat nader onderzoek naar ADHD geïndiceerd is. Nader overleg met de verwijzer is dan aangewezen.
Praktijkvoorbeeld
Een vrouw van 34 jaar meldt zich aan via haar huisarts. Zij werkt als juridisch medewerker en ervaart al jaren dat zij taken moeilijk afrondt, vergaderingen niet bij kan houden en thuis constant achterloopt. Altijd als “dromerig” bestempeld, heeft zij nooit eerder een diagnose gehad.
Het neuropsychologisch onderzoek laat een normaal tot bovengemiddeld intelligentieprofiel zien, met duidelijke uitschieters op aandacht en verwerkingssnelheid. De vragenlijsten bevestigen een langdurig patroon van onoplettendheid in meerdere levensgebieden. PSYVICE stelt de diagnose ADHD, overwegend onoplettend beeld, en adviseert een behandeltraject bij een GGZ-aanbieder, inclusief gerichte werkadviezen voor de werkomgeving.
Veelgestelde vragen
Vragen? Hier vind je de antwoorden!
ADD is een verouderde term voor de onoplettende variant van ADHD. Sinds de DSM-5 spreekt men van ADHD met overwegend onoplettend beeld (F90.0). Kenmerkend is dat hyperactiviteit nauwelijks op de voorgrond staat, maar aandachtsklachten en een gevoel van innerlijke onrust wel aanwezig zijn. De overkoepelende term ADHD dekt tegenwoordig alle presentatievormen.
ADHD bij volwassenen wordt vastgesteld via een uitgebreid diagnostisch interview over klachten in het heden en in de kindertijd, neuropsychologisch testonderzoek en gestandaardiseerde vragenlijsten. Het is van belang dat klachten aanwezig zijn voor het twaalfde levensjaar en in meerdere levensgebieden zichtbaar zijn. PSYVICE brengt het volledige cognitieve profiel in kaart en sluit andere verklaringen systematisch uit via differentiaaldiagnostiek.
Ja, dat komt regelmatig voor, met name bij het onoplettende beeld. Mensen compenseren de klachten jarenlang met intelligentie, doorzettingsvermogen of structuur vanuit de omgeving. Zodra de omgeving hogere eisen stelt, valt de compensatie weg en worden de klachten zichtbaar. Vrouwen worden vaker laat gediagnosticeerd omdat het beeld minder hyperactief is en sociale aanpassing sterker op de voorgrond staat.
PSYVICE gebruikt onder andere intelligentietests (WAIS-IV bij volwassenen, WISC-V bij kinderen), aandachts- en verwerkingssnelheidstests zoals de Trail Making Test en de D2-aandachtstest, vragenlijsten voor ADHD-symptomen bij de cliënt en een informant, en executieve functietests. De keuze van instrumenten is afgestemd op de leeftijd en de specifieke vraagstelling.
Zowel ADHD als angststoornissen kunnen concentratieproblemen en rusteloosheid veroorzaken. Bij een angststoornis staan piekeren, vermijding en fysiologische angstreacties op de voorgrond; de aandachtsklachten zijn dan primair angstgerelateerd. Bij ADHD zijn aandachtsproblemen situatie-overkoepelend en niet hoofdzakelijk gekoppeld aan angstige gedachten. Differentiaaldiagnostiek is nodig om de primaire oorzaak vast te stellen, zeker bij co-morbiditeit.
Bronnen & referenties
American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed.). Arlington, VA: APA.
Kooij, J.J.S. (2017). ADHD bij volwassenen (4e druk). Amsterdam: Pearson.
Faraone, S.V., e.a. (2021). The World Federation of ADHD International Consensus Statement. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 128, 789-818.
NVvP Richtlijn ADHD (2021). Geraadpleegd via nvvp.net.