Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is schade aan de hersenen die na de geboorte ontstaat door een externe oorzaak zoals een beroerte, schedelhersentrauma of hersentumor, en die leidt tot blijvende of langdurige beperkingen in cognitief, emotioneel of gedragsmatig functioneren.
Blob bg 2
Diagnose Gegevens
DSM-5
TBI: 294.11 / F02.80 (ernstig), 331.83 / G31.84 (mild). Vasculair: 290.40 / F01.5x. ICD-11: 8A00-8A2Z
Prevalentie
130.000 nieuwe gevallen/jaar. 650.000 mensen met langdurige gevolgen (Hersenstichting)
Kernsymptomen

Geheugen, aandacht, verwerkingssnelheid, executieve functies, mentale vermoeidheid, prikkelbaarheid, beperkt ziekte-inzicht

Differentiaaldiagnose

Depressie, angststoornis, dementie, ADHD, ME/CVS, SOLK

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is een verzamelterm voor hersenletsel dat na de geboorte ontstaat door een externe oorzaak: een beroerte, schedelhersentrauma, hersentumor, hersenontsteking of zuurstoftekort na reanimatie. De gevolgen zijn ingrijpend, divers en voor de buitenwereld vaak onzichtbaar. Een systematisch neuropsychologisch onderzoek is noodzakelijk om het functioneringsprofiel in kaart te brengen en gerichte adviezen te formuleren voor behandeling, begeleiding of re-integratie.

Oorzaken en omvang van NAH in Nederland

In Nederland krijgen naar schatting 130.000 mensen per jaar te maken met een nieuwe vorm van niet-aangeboren hersenletsel. De Hersenstichting schat dat ruim 650.000 mensen met de langdurige gevolgen van NAH leven. Beroerten, zowel hersenletsels door een herseninfarct als door een hersenbloeding, vormen verreweg de grootste groep. Schedelhersentrauma door verkeersongevallen of vallen staat op de tweede plaats. Hersentumoren, hersenontsteking en zuurstoftekort na een hartstilstand zijn minder frequent maar eveneens ingrijpend van aard.

De kans op significante restverschijnselen neemt toe met de ernst en de lokalisatie van het letsel. Frontale schade raakt de planning, het gedrag en de impulsbeheersing. Temporale schade treft het geheugen en de taalverwerking. Diffuus letsel, zoals bij ernstig schedelhersentrauma, veroorzaakt brede cognitieve vertraging over meerdere domeinen tegelijk.

Cognitieve gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel

Cognitieve klachten staan bij de meeste mensen met NAH op de voorgrond. De volgende problemen worden het meest gerapporteerd:

  • Geheugenklachten: moeite met het opslaan van nieuwe informatie en het terugvinden van eerder geleerde kennis
  • Aandachts- en concentratieproblemen: sneller afgeleid, moeite met het verdelen en vasthouden van aandacht
  • Vertraagde verwerkingssnelheid: meer tijd nodig voor taken die voorheen vanzelfsprekend waren
  • Executieve functiestoornissen: problemen met plannen, organiseren, initiëren en het reguleren van gedrag
  • Cognitieve vermoeidheid: snelle mentale uitputting bij inspanning, ook wel aangeduid als mental fatigue

Gedragsmatige en emotionele gevolgen

NAH heeft vrijwel altijd ook gevolgen voor gedrag en stemming. Prikkelbaarheid, impulsiviteit, teruggetrokken gedrag of sociaal ongepaste reacties komen voor, afhankelijk van de lokalisatie van het letsel. Een deel van de mensen met niet-aangeboren hersenletsel heeft beperkt ziekte-inzicht: zij ervaren de gedragsverandering zelf niet of nauwelijks, terwijl naasten en collega’s dat duidelijk anders waarnemen.

Angstklachten en depressieve klachten treden regelmatig op als secundair beeld naast de cognitieve NAH-gevolgen. Goede differentiaaldiagnostiek is hier onmisbaar: niet elk symptoom heeft een directe neurologische oorzaak. Soms weerspiegelt het een psychische reactie op het verlies van vermogens, en dat vraagt om een andere behandelaanpak dan de neuropsychologische revalidatie zelf.

De onzichtbaarheid van NAH

Een kenmerkend aspect van niet-aangeboren hersenletsel is de discrepantie tussen uiterlijk en functioneren. Iemand met NAH ziet er vaak uit als voorheen, maar ervaart ingrijpende beperkingen in het dagelijks leven. Dit leidt tot misverstanden in de werkomgeving, de thuissituatie en bij instanties als UWV of een verzekeraar. Een geobjectiveerd neuropsychologisch rapport biedt houvast aan alle betrokkenen: het maakt de beperking zichtbaar en geeft een onderbouwde basis voor aanpassingen en beleid.

Neuropsychologisch onderzoek bij NAH

Een neuropsychologische evaluatie bij niet-aangeboren hersenletsel brengt het cognitieve profiel systematisch in kaart. Naast een uitgebreide intelligentiemeting met de WAIS-IV worden specifieke cognitieve domeinen afzonderlijk onderzocht. De Trail Making Test (TMT) meet aandacht en verwerkingssnelheid. De Rey Complex Figure Test (RCFT) brengt visueel geheugen en organisatievermogen in beeld. Aanvullende geheugenlijsten, executieve functietests en subjectieve vermoeidheidsmaten completeren het profiel.

Vragenlijsten voor neuropsychiatrische symptomen, gedragsobservaties door naasten en zo nodig een heteroanamnese voegen het perspectief van de omgeving toe. Bij een arbeidsgerelateerde vraagstelling maakt PSYVICE een belastbaarheidsprofiel onderdeel van de rapportage. Het rapport beschrijft sterke en zwakke cognitieve functies, de gevolgen voor het werk en concrete aanpassingsadviezen. De doorlooptijd van aanmelding tot rapport is doorgaans vier tot zes weken.

NAH en de arbeidssector

Niet-aangeboren hersenletsel is een van de meest voorkomende oorzaken van langdurig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid bij mensen onder de 65 jaar. Bij WIA-aanvragen en re-integratietrajecten vragen UWV en arbodiensten regelmatig om een onafhankelijk neuropsychologisch rapport. Dat rapport objectiveert de cognitieve belastbaarheid en biedt een juridisch houdbare onderbouwing voor re-integratieadviezen, aanspraken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen of aanpassingen op de werkvloer.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkent neurologische aandoeningen als een van de voornaamste mondiale oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Een vroegtijdig en volledig neuropsychologisch onderzoek verkort de re-integratieduur en voorkomt dat iemand terugvalt door een overschatting van de belastbaarheid.

Classificatie in de DSM-5

De gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel worden in de DSM-5 geclassificeerd als neurocognitieve stoornissen. De specifieke code hangt af van de oorzaak en de ernst. Bij schedelhersentrauma onderscheidt de DSM-5 een ernstige neurocognitieve stoornis (294.11 / F02.80) en een milde variant (331.83 / G31.84). Bij een beroerte worden vasculaire neurocognitieve stoornissen geclassificeerd: 290.40 (F01.5x) bij de ernstige variant. Een juiste classificatie is van belang voor indicatiestelling, vergoeding en de rapportage richting verzekeraars en UWV.

Aanvraag bij PSYVICE

PSYVICE voert neuropsychologisch onderzoek bij niet-aangeboren hersenletsel uit voor verwijzers vanuit de GGZ, de arbeidssector en voor particulieren. Elk onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met en ondertekend door een BIG-geregistreerde professional. PSYVICE werkt uitsluitend met gevalideerde instrumenten die voldoen aan COTAN-criteria en de actuele AST-NIP 2024-richtlijnen. Een aanvraag indienen kan via het contactformulier; intake vindt binnen twee werkdagen plaats.

Toepassingen

Neuropsychologisch onderzoek bij niet-aangeboren hersenletsel is aangewezen in de volgende situaties:

  • Na een beroerte: in kaart brengen van cognitieve restverschijnselen voor behandeling of re-integratie
  • Na schedelhersentrauma: objectiveren van neuropsychologische gevolgen
  • Bij onbegrepen gedragsveranderingen na een neurologisch incident
  • Bij WIA-aanvraag of re-integratietraject na NAH
  • Bij juridische of verzekeringstechnische vragen over de gevolgen van het hersenletsel
  • Bij second opinion of herbeoordeling van eerder vastgestelde beperkingen

Geschikt voor

Volwassenen en jongvolwassenen met een bekende of vermoede vorm van niet-aangeboren hersenletsel. Verwijzers: neurologen, revalidatieartsen, psychiaters, huisartsen, bedrijfsartsen en arbodiensten. Particulieren die zelfstandig willen weten hoe hun hersenfunctie zich verhoudt na een neurologisch incident.

Niet geschikt bij

Mensen in een acute medische fase direct na het hersenletsel (stabilisatie heeft dan prioriteit). Personen die niet mee kunnen werken aan een uitgebreide testafname door ernstige afasie of bewustzijnsstoornissen. In die gevallen kan een kortere observationele of screenende evaluatie worden overwogen.

Praktijkvoorbeeld

Een man van 51 jaar wordt aangemeld door zijn bedrijfsarts, acht maanden na een herseninfarct in de rechter hemisfeer. Hij werkte als projectmanager en wil re-integreren, maar ervaart vermoeidheid, vergeetachtigheid en moeite met plannen. Zijn leidinggevende merkt dat hij vergaderingen niet meer goed kan structureren.

Het neuropsychologisch onderzoek brengt een gedaald werktempo, lichte geheugenproblemen en executieve functiestoornissen in kaart bij een verder intact intelligentieniveau. Op basis van het belastbaarheidsprofiel adviseert PSYVICE een gefaseerde re-integratie met beperking van de cognitieve belasting, aanvang op 40% van het oorspronkelijke takenpakket met geleidelijke opbouw over zes maanden.

Veelgestelde vragen

Vragen? Hier vind je de antwoorden!

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is een verzamelterm voor alle vormen van hersenletsel die na de geboorte ontstaan door een externe oorzaak, niet door een erfelijke of aangeboren aandoening. De meest voorkomende oorzaken zijn een beroerte, schedelhersentrauma door een val of verkeersongeval, een hersentumor of zuurstoftekort na reanimatie. De gevolgen variëren sterk per persoon, afhankelijk van de aard en lokalisatie van het letsel.

De meest gerapporteerde cognitieve gevolgen zijn geheugenklachten, aandachts- en concentratieproblemen, een vertraagde verwerkingssnelheid en executieve functiestoornissen zoals moeite met plannen en organiseren. Cognitieve vermoeidheid speelt bij vrijwel alle vormen van NAH een centrale rol: zelfs lichte mentale inspanning leidt snel tot uitputting. De ernst en samenstelling van het profiel hangen af van de lokalisatie van het hersenletsel.

Het onderzoek start met een intakegesprek over de vraagstelling, de medische voorgeschiedenis en het huidig functioneren. Daarna volgt een uitgebreide testdag waarop intelligentie, geheugen, aandacht, verwerkingssnelheid en executieve functies worden gemeten. Vragenlijsten voor vermoeidheid, stemming en gedrag completeren het beeld, zo nodig aangevuld met een informatiegesprek met een naaste. De doorlooptijd van aanmelding tot rapport is doorgaans vier tot zes weken. Het rapport wordt ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Dat hangt sterk af van de aard en ernst van het hersenletsel en de cognitieve eisen van het werk. Veel mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen werken, maar hebben behoefte aan aanpassingen: minder uren, meer rustmomenten, beperking van de cognitieve belasting of een overzichtelijker takenpakket. Een neuropsychologisch belastbaarheidsprofiel van PSYVICE biedt houvast bij gesprekken met de werkgever, de bedrijfsarts of het UWV over re-integratie.

Een aanvraag kan worden ingediend door neurologen, revalidatieartsen, psychiaters, GZ-psychologen, huisartsen, bedrijfsartsen en arbodiensten. Particulieren kunnen ook zonder verwijsbrief een aanvraag indienen. PSYVICE neemt verzoeken in behandeling vanuit zowel de GGZ als de arbeidssector. Elk onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met en ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Bronnen & referenties

American Psychiatric Association (2013). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed.). Arlington, VA: APA.
Hersenstichting (2023). Feiten en cijfers hersenletsel. Geraadpleegd via hersenstichting.nl.
Ponds, R.W.H.M., & Van Heugten, C.M. (2020). Neuropsychologische revalidatie. In Handboek Klinische Neuropsychologie. Amsterdam: Boom.
Lezak, M.D., Howieson, D.B., Bigler, E.D., & Tranel, D. (2012). Neuropsychological Assessment (5th ed.). Oxford: OUP.