BRIEF-A

Behavior Rating Inventory of Executive Function - Adult version
De BRIEF-A is een gestandaardiseerde vragenlijst die het executief functioneren in het dagelijks leven bij volwassenen meet via zelfrapportage en een informantversie, verdeeld over negen klinische schalen.
Blob bg 2
Testgegevens
Afkorting
BRIEF-A
Afnametijd
15-20 minuten
Leeftijd
18-90 jaar
Uitgever
Hogrefe Nederland
COTAN
Goed
Wat meet deze test
Executief functioneren in het dagelijks leven via 9 klinische schalen: Inhibitie, Shiften, Emotieregulatie, Zelfmonitoring, Initiëren, Werkgeheugen, Plannen/Organiseren, Taakmonitoring en Ordelijkheid/Netheid. Gebundeld in twee indexen: Gedragsregulatie-index (GRI) en Metacognitie-index (MI), plus een Globale Executieve Composiet (GEC).

De BRIEF-A is een gestandaardiseerde vragenlijst voor het meten van executief functioneren in het dagelijks leven bij volwassenen. In tegenstelling tot prestatiegerichte neuropsychologische tests zoals de Trail Making Test of de Stroop-test meet de BRIEF-A hoe iemand zichzelf ervaart in alledaagse situaties die een beroep doen op executieve functies. Dit ecologisch valide perspectief geeft informatie die objectieve tests niet altijd vangen: een cliënt kan goed presteren in een gestandaardiseerde testsituatie en toch aanzienlijke executieve beperkingen ervaren in de praktijk van het dagelijks leven.

Negen klinische schalen en drie samengestelde indexen

Het instrument bestaat uit 75 items verdeeld over negen klinische schalen, gebundeld in twee overkoepelende indexen:

  • Gedragsregulatie-index (GRI): omvat Inhibitie (het onderdrukken van impulsieve reacties), Shiften (mentaal flexibel wisselen tussen taken of situaties) en Emotieregulatie (het reguleren van emotionele reacties).
  • Metacognitie-index (MI): omvat Zelfmonitoring, Initiëren (het starten van taken), Werkgeheugen (het vasthouden van informatie tijdens een taak), Plannen/Organiseren, Taakmonitoring en Ordelijkheid/Netheid.

Beide indexen samen vormen de Globale Executieve Composiet (GEC), de overkoepelende maat voor executief functioneren. Scores worden uitgedrukt als T-scores; een score van 65 of hoger geldt als klinisch relevant verhoogd.

Zelfrapportage en informantversie

Het instrument wordt standaard in twee versies afgenomen: een zelfrapportageversie die de cliënt zelf invult en een informantversie die door een naaste (partner, familielid) of collega wordt ingevuld. De vergelijking tussen beide versies is diagnostisch waardevol. Een groot verschil tussen zelfrapportage en informantversie kan wijzen op beperkt ziekte-inzicht of op een verschil in functioneren tussen contexten. Overeenstemming tussen beide versies versterkt de diagnostische conclusie.

BRIEF-A versus objectieve neuropsychologische tests

De vragenlijst vult objectieve neuropsychologische tests aan, maar vervangt ze niet. Prestatiegerichte tests meten het maximum prestatieniveau in een gecontroleerde testsituatie; de BRIEF-A meet het alledaagse functioneren in de natuurlijke omgeving. Bij een cliënt die normaal scoort op de Stroop-test maar hoog op de Inhibitieschaal van dit instrument, wijst dit op executieve problemen die in de complexe, afleidende dagelijkse praktijk optreden maar niet in de rustige testsituatie zichtbaar zijn. Dit profiel is klinisch en arbeidsrechtelijk relevant.

Signaalwaarde van discrepanties

Een bijzondere diagnostische waarde van de BRIEF-A schuilt in discrepanties tussen schalen of tussen de zelfrapportage en de informantversie. Wanneer de GRI sterk verhoogd is maar de MI relatief laag, wijst dit op predominante problemen met impulsiviteit en emotieregulatie, los van planning en geheugen. Dit profiel is klinisch anders dan een verhoogde MI bij een normale GRI, waarbij plannings- en geheugenklachten op de voorgrond staan. Het onderscheid stuurt de keuze voor behandelinterventies en werkaanpassingen.

BRIEF-A in de GGZ

In de GGZ wordt de BRIEF-A ingezet bij diagnostisch onderzoek naar ADHD bij volwassenen, bij het in kaart brengen van executieve gevolgen van NAH en bij de beoordeling van executieve beperkingen bij persoonlijkheidsstoornissen of stemmingsstoornissen waarbij zelfregulatie een rol speelt. Het is ook bruikbaar voor het monitoren van behandeleffecten bij cognitieve revalidatie: een verlaging van de GEC-score na behandeling is een objectiveerbare uitkomstmaat.

BRIEF-A in de arbeidssector

In de arbeidssector biedt de BRIEF-A concrete informatie over executieve beperkingen in het dagelijks functioneren, die direct vertaalbaar zijn naar beperkingen in werktaken. Een verhoogde MI-score wijst op problemen met plannen, organiseren en werkgeheugen; een verhoogde GRI-score wijst op problemen met impulsiviteit en emotieregulatie. Deze informatie is bruikbaar in rapportages voor UWV en arbeidsdeskundigen bij WIA-beoordelingen en re-integratieadvies. Meer over de context van psychodiagnostisch onderzoek in de arbeidssector leest u op de pagina voor de arbeidssector.

Normering en kwaliteit

De Nederlandse versie wordt uitgegeven door Hogrefe Nederland en is genormeerd op een Nederlandse steekproef. De COTAN heeft het instrument een goede beoordeling gegeven. PSYVICE hanteert uitsluitend gevalideerde instrumenten die voldoen aan de actuele richtlijnen van de AST-NIP 2024. Elk onderzoek waarbij dit instrument wordt ingezet, wordt ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Afname en doorlooptijd bij PSYVICE

De afname vindt bij PSYVICE plaats als onderdeel van een breder psychodiagnostisch of neuropsychologisch onderzoek. De afnameduur bedraagt 15 tot 20 minuten per versie. Na verwerking ontvangt de cliënt of verwijzer een rapportage met geïntegreerde interpretatie van het executief profiel. De doorlooptijd van aanmelding tot rapport bedraagt gemiddeld 4 tot 6 weken.

Wilt u weten of een BRIEF-A onderzoek passend is bij de specifieke vraagstelling? Neem contact op via het contactformulier of bekijk de beschikbare onderzoekspakketten.

Toepassingen

De BRIEF-A wordt ingezet wanneer executief functioneren in de alledaagse context beoordeeld moet worden, als aanvulling op prestatiegerichte neuropsychologische tests.

  • Diagnostisch onderzoek bij ADHD bij volwassenen
  • Cognitief profiel na niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of beroerte
  • Beoordeling van executieve beperkingen bij arbeidsongeschiktheid of re-integratie
  • Diagnostiek bij vermoeden van een frontale of executieve stoornis
  • Aanvulling op objectieve neuropsychologische tests zoals de Trail Making Test of Stroop-test
  • Monitoring van behandeleffecten bij cognitieve revalidatie
  • Forensisch onderzoek waarbij zelfregulatie en impulsiviteit beoordeeld worden

Geschikt voor

Volwassenen van 18 tot 90 jaar bij wie executief functioneren in het dagelijks leven beoordeeld moet worden. Geschikt voor GGZ, neuropsychologische revalidatie en arbodienstverlening. De informantversie maakt het mogelijk het oordeel van een naaste of collega te betrekken bij de beoordeling, wat de ecologische validiteit verhoogt.

Niet geschikt bij

Situaties waarbij alleen een objectieve prestatiemeting gewenst is. De BRIEF-A is een zelfrapportagemeting en daarmee gevoelig voor sociaal wenselijke antwoorden of beperkt ziekte-inzicht. Niet geschikt als enig instrument voor diagnosestelling. Altijd interpreteren in samenhang met objectieve neuropsychologische tests en anamnese.

Praktijkvoorbeeld

Een 31-jarige man meldt zich aan voor psychodiagnostisch onderzoek na aanhoudende problemen met planning, vergeetachtigheid en conflicten op de werkvloer door impulsieve reacties. De vraagstelling richt zich op het executief profiel in het kader van een mogelijke ADHD-diagnose bij volwassenen.

Naast objectieve neuropsychologische tests wordt de BRIEF-A afgenomen als zelfrapportage en wordt de informantversie ingevuld door zijn partner. Zowel de eigen rapportage als de informantversie laten verhoogde scores zien op de schalen Inhibitie, Werkgeheugen en Plannen/Organiseren, wat resulteert in een verhoogde Metacognitie-index en een verhoogde Globale Executieve Composiet.

Het profiel ondersteunt het beeld van executieve beperkingen die consistent zijn in meerdere leefgebieden. De bevindingen worden geïntegreerd in de diagnostische rapportage, ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Veelgestelde vragen

Vragen? Hier vind je de antwoorden!

Objectieve tests zoals de Trail Making Test of de Stroop-test meten het prestatieniveau in een gecontroleerde testsituatie. De BRIEF-A meet hoe iemand zichzelf ervaart in alledaagse situaties die een beroep doen op executieve functies. De twee benaderingen vullen elkaar aan: objectieve tests geven het maximale prestatieniveau, de BRIEF-A geeft het alledaagse functioneringsniveau.

De GEC is de overkoepelende samengestelde score van de BRIEF-A die het totale executief functioneren in het dagelijks leven weergeeft. De GEC wordt samengesteld uit de Gedragsregulatie-index (GRI) en de Metacognitie-index (MI). Een T-score van 65 of hoger op de GEC geldt als klinisch relevant verhoogd.

De informantversie wordt ingevuld door een naaste of collega en geeft een extern perspectief op het executief functioneren van de cliënt. Dit is waardevol omdat zelfrapportage gevoelig is voor beperkt ziekte-inzicht. Overeenstemming tussen de zelfrapportage en de informantversie versterkt de diagnostische conclusie; een groot verschil kan wijzen op context- of inzichtafhankelijke problematiek.

De BRIEF-A wordt ingezet bij diagnostisch onderzoek naar ADHD bij volwassenen, bij het in kaart brengen van executieve gevolgen van NAH of beroerte, bij persoonlijkheidsstoornissen waarbij zelfregulatie een rol speelt en bij arbeidsgeschiktheidsbeoordelingen waarbij executief functioneren in het dagelijks leven beoordeeld moet worden.

De afname van de zelfrapportageversie of de informantversie duurt 15 tot 20 minuten. Bij PSYVICE worden beide versies standaard afgenomen zodat zelfrapportage en informantoordeel vergeleken kunnen worden.

Een BRIEF-A onderzoek kunt u aanvragen via het contactformulier op de PSYVICE-website. Na de aanmelding bespreekt PSYVICE de vraagstelling en bepaalt of de BRIEF-A het meest geschikte instrument is. Het wordt doorgaans ingezet als onderdeel van een breder neuropsychologisch of psychodiagnostisch onderzoek. Alle rapportages worden ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Bronnen & referenties

Roth, R. M., Isquith, P. K., & Gioia, G. A. (2005). BRIEF-A: Behavior Rating Inventory of Executive Function — Adult Version. Professional manual. Psychological Assessment Resources.

Smidts, D., & Huizinga, M. (2009). BRIEF Executieve Functies Gedragsvragenlijst: Handleiding. Hogrefe.

COTAN. COTAN-beoordeling testinstrumenten. Geraadpleegd via het NIP COTAN-register.

NIP (2024). Richtlijn voor het gebruik van psychologische tests (AST-NIP 2024). Nederlands Instituut van Psychologen.