Executieve functies

Executieve functies zijn de hogere cognitieve processen die doelgericht gedrag aansturen, waaronder planning, impulscontrole, flexibiliteit, werkgeheugen en het initiëren van taken.
Blob bg 2

Executieve functies zijn de regisseurs van ons denken en handelen. Deze hogere cognitieve processen sturen doelgericht gedrag aan: van het plannen van een werkdag tot het onderdrukken van een impulsieve reactie. Wanneer deze aansturing hapert, merkt de omgeving dat vaak eerder dan de persoon zelf. Voor verwijzers en opdrachtgevers is kennis van dit begrip van belang, omdat problemen op dit gebied bij veel psychische aandoeningen voorkomen en het dagelijks functioneren direct raken.

De vijf kernprocessen

Binnen de neuropsychologie worden doorgaans vijf kerncomponenten onderscheiden. Planning en organisatie omvat het vermogen om stappen te bedenken, een volgorde te bepalen en een doel na te streven. Impulscontrole (inhibitie) betreft het vermogen om automatische of ongepaste reacties te onderdrukken. Cognitieve flexibiliteit is het schakelvermogen: de mogelijkheid om van de ene taak of denkwijze over te stappen op de andere.

Het werkgeheugen maakt het mogelijk om informatie tijdelijk vast te houden en te bewerken, bijvoorbeeld bij hoofdrekenen of het volgen van een complex gesprek. Tot slot speelt het initiëren van taken een rol: het uit zichzelf starten met een activiteit zonder externe prikkel. Problemen met initiatie worden geregeld gezien na niet-aangeboren hersenletsel.

Welke instrumenten meten deze processen?

Neuropsychologisch onderzoek naar de cognitieve aansturing maakt gebruik van gestandaardiseerde instrumenten. De BRIEF-A is een vragenlijst die het dagelijks functioneren op dit gebied in kaart brengt via zelfrapportage en informantrapportage. De Trail Making Test meet cognitieve flexibiliteit en verwerkingssnelheid. De Stroop-taak meet het vermogen om irrelevante informatie te negeren (inhibitie).

Vaak worden meerdere instrumenten gecombineerd in een testbatterij, omdat de verschillende componenten afzonderlijk gemeten moeten worden. Een score op één test geeft een beperkt beeld; de combinatie van resultaten laat zien welke specifieke processen intact zijn en waar de knelpunten liggen.

Relatie met stoornissen en diagnostiek

Problemen met de hogere cognitieve aansturing komen voor bij uiteenlopende aandoeningen. Bij ADHD staan impulscontrole en planning centraal. Bij autisme gaat het vaak om verminderde flexibiliteit. Na hersenletsel kan het volledige spectrum zijn aangedaan. Bij burnout en depressie worden concentratie- en planningsproblemen vaak gerapporteerd, hoewel deze doorgaans reversibel zijn na herstel.

Het is mogelijk om een normaal IQ te hebben en toch aanzienlijke problemen te ervaren met deze processen. Intelligentie en cognitieve aansturing zijn verwante maar afzonderlijke constructen. Differentiaaldiagnostiek is nodig om vast te stellen welke stoornis de problemen het best verklaart.

Onderzoek bij PSYVICE

PSYVICE zet bij relevante vraagstellingen gerichte neuropsychologische instrumenten in om de cognitieve aansturing in kaart te brengen. De testbatterij wordt afgestemd op de specifieke vraag, met gebruik van COTAN-gevalideerde instrumenten. Alle onderzoeken worden uitgevoerd in samenwerking met en ondertekend door een BIG-geregistreerde professional. Neem contact op of bekijk de onderzoekspakketten.

Toepassingen

Executieve functies worden onderzocht wanneer er problemen zijn met de aansturing van gedrag en denken. Typische situaties zijn:

  • Diagnostiek bij ADHD (problemen met impulscontrole en planning)
  • Neuropsychologisch onderzoek na niet-aangeboren hersenletsel
  • Onderzoek bij vermoeden van dementie of cognitieve achteruitgang
  • Diagnostiek bij autisme (rigiditeit en moeite met flexibiliteit)
  • Arbeidspsychologisch onderzoek naar cognitieve belastbaarheid

Geschikt voor

Cliënten bij wie de aansturing van gedrag, planning of impulscontrole in het geding is. Relevant bij zowel volwassenen als kinderen en jongeren. Wordt onderzocht in GGZ-trajecten, neuropsychologisch onderzoek en arbeidsgerelateerde diagnostiek.

Niet geschikt bij

Situaties waarin uitsluitend emotionele klachten centraal staan zonder aanwijzingen voor cognitieve problemen. Niet zinvol als de vraagstelling zich beperkt tot persoonlijkheidskenmerken of stemmingsklachten zonder functioneringsproblemen in het dagelijks leven.

Praktijkvoorbeeld

Een 47-jarige manager wordt verwezen door de bedrijfsarts na langdurig verzuim. Hij kan zijn werk niet meer organiseren, vergeet afspraken en heeft moeite om prioriteiten te stellen. Neuropsychologisch onderzoek met de BRIEF-A, TMT en Stroop-taak laat zien dat met name de planning en cognitieve flexibiliteit significant onder het gemiddelde liggen, terwijl het algemene intelligentieniveau normaal is. De rapportage adviseert gerichte coaching op planningsvaardigheden.

Veelgestelde vragen

Vragen? Hier vind je de antwoorden!

De belangrijkste componenten zijn: planning en organisatie, impulscontrole (inhibitie), cognitieve flexibiliteit (het vermogen om te schakelen tussen taken), werkgeheugen (informatie vasthouden en bewerken) en het initiëren van handelingen. Problemen in een of meer van deze gebieden beïnvloeden het dagelijks functioneren.

Er bestaan gestandaardiseerde instrumenten die specifieke componenten meten. De BRIEF-A brengt het dagelijks functioneren in kaart via een vragenlijst. De TMT meet cognitieve flexibiliteit en snelheid, en de Stroop-taak meet inhibitie. Vaak worden meerdere instrumenten gecombineerd in een testbatterij.

Problemen met de hogere cognitieve aansturing komen voor bij ADHD, autisme, niet-aangeboren hersenletsel, dementie, depressie en burnout. De aard en ernst van de problemen verschilt per stoornis, wat het belang van zorgvuldige differentiaaldiagnostiek onderstreept.

Ja. Intelligentie en executieve aansturing zijn verwante maar afzonderlijke constructen. Iemand kan uitstekend scoren op een intelligentietest zoals de WAIS-IV en toch forse problemen ervaren met planning, organisatie of impulscontrole in het dagelijks leven.

PSYVICE zet bij relevante vraagstellingen een combinatie van neuropsychologische instrumenten in die specifieke componenten meten. De testbatterij wordt afgestemd op de vraagstelling. Elk onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met en ondertekend door een BIG-geregistreerde professional.

Bronnen & referenties

Diamond, A. (2013). Executive Functions. Annual Review of Psychology, 64, 135-168.

Lezak, M.D., Howieson, D.B., Bigler, E.D., & Tranel, D. (2012). Neuropsychological Assessment (5e editie). Oxford University Press.

Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). COTAN-documentatie.